Interview met gast Emmie Kolijn:

“Je wordt hier liefdevol en met aandacht en respect verzorgd”

Wie de kamer van Emmie Kolijn binnenloopt, ziet dat de ‘groene’ kamer met zorg is ingericht. De vele planten en prachtige rode gladiolen doen gelijk vermoeden dat Emmie van de natuur en tuinieren houdt. Vanuit een hoekje kijkt een aantal teddyberen als een stilleven toe tijdens het openhartige gesprek. “Sommige beertjes komen uit mijn auto, die ik heb moeten verkopen”, legt ze uit. Er klinkt stil verdriet in door, afscheid nemen van wat was. Het beertje van Stichting Ambulance Wens staat precies in het midden. Eind juni is Emmie nog met de Wens Ambulance naar Blijdorp geweest.

 

 

Emmie is sinds negen weken gast in Hospice de Liefde. Na een ongelukkige val kon ze niet anders dan haar huis in Zwijndrecht na veertig jaar achterlaten. De kranige 75-jarige heeft een kwaadaardige tumor waardoor ze bijna niet meer kan eten en ook flink is afgevallen. “In januari kreeg ik van mijn arts te horen dat ik nog een week of vier had, maar we zijn nu al maanden verder.”

 

 

 

Naar buiten

Ze had helemaal geen beeld van wat een hospice nou eigenlijk was. “Ik dacht: als ik eenmaal binnen ben, kom ik er niet meer uit. Dan is het wachten tot je doodgaat.” Dat bleek heel anders te zijn. “Ik kan gaan en staan wanneer en waar ik maar wil. Mijn vriend komt regelmatig langs en dan gaan we naar buiten. Een wandeling maken, ergens naartoe rijden met de buscamper, genieten van een mooie plek.”

Emmie werd overgehaald door wat zij ‘een praatvrouw’ noemt. “Ik woonde alleen en door die val had ik een zware hersenschudding en kon ik niet meer lopen. We hebben eerst gekeken of we het met familie op konden lossen, maar dat legt een te grote druk op ieders tijd. 24-uursverzorging werd mij afgeraden; er lopen dan constant ‘vreemde’ mensen in je huis. De praatvrouw vertelde mij over Hospice de Liefde, hoe mooi en nieuw het hier is.”

Omschakeling

Er waren op dat moment nog twee van de zes kamers vrij. Emmie kon de volgende dag al komen, maar ze had even de tijd nodig om de omschakeling te maken. “Het is onwezenlijk en verwarrend om naar je laatste plek te verhuizen. In het begin vond ik het moeilijk om hier te zijn. Ik wil niet afhankelijk van anderen zijn of me letterlijk blootgeven met dit afgetakelde lichaam. Nu kan ik daarin berusten. Alle vrijwilligers en professionals die hier werken stellen je op je gemak. Iedereen doet het anders, maar allemaal op hun eigen, liefdevolle manier. Zorgzaam en met respect.”

Een groene specht in de tuin van het hospice trekt de aandacht. Onverstoorbaar tikt hij met zijn snavel tegen een boom. Emmie kijkt vanuit haar kamer graag naar wat er in de tuin gebeurt. Verder houdt ze veel van puzzelen en lezen, een dik boek ligt op haar bed. En wanneer het behoorlijk weer is, maakt ze een rondje met een van de vrijwilligers. “Wanneer je pas te horen krijgt dat je ziek bent, ben je boos. Waarom ik, vraag je je af. Ik wil nog zoveel. Je wilt terug naar hoe het was. Als ik in de put zit, kan ik hier gelukkig praten. Er is altijd wel een lieve vrijwilliger die tijd heeft.”

Niks moet, alles mag

“Ook al zou ik het liefste thuis zijn, ik zit hier goed. Niks moet, alles mag. Er wordt je niets opgedrongen. Als je dat wilt, kun je bijvoorbeeld mediteren, maar dat is niet echt iets voor mij. Iedere ochtend en avond komt er iemand om mijn benen in te smeren. Daar word ik rustig van. En ’s avonds om half acht drinken we koffie. De verzorging en sfeer in het hospice zijn erg goed. Er is niets van haastwerk te merken.”

Emmie ziet enorm op tegen het moment dat ze op bed komt te liggen en niet meer weg kan. “Er staat me een angstige tijd te wachten. Op zware dagen denk ik: wat doe ik hier? Hoe moet ik de wereld verlaten? Ik probeer dat gevoel weg te drukken. Daar heeft niemand wat over te zeggen. Hopelijk val ik in slaap en blijft me een laatste lijdensweg bespaard.”

 

Interview en tekst: Renata van Katwijk